zondag, april 02, 2006

12 feb 2004: Sancti Spiritus - Trinidad, deel 2

Het was prachtig weer. Nu ja, zo'n brandend zonneke kan wel wreed warm worden met zo'n rugzak op uwe rug.
We belden aan bij Maceo nr 443, volgens mij ondertussen o
ok al de 443ste casa waar we aanbelden. De deur was open maar in de gang was een groot wit gietijzeren hekwerk dat op slot was. Een bijzonders vriendelijke man liet ons binnen en toonde ons een zeer aangename kamer. Luchtig, moderne airco, prive badkamer, 't zag er allemaal perfect uit. Hij vroeg ons $20 voor de kamer, $5 voor ontbijt voor ons 2tjes, en $6 per persoon voor avondeten. We vroegen of het noodzakelijk was om iedere avond bij hem te eten. Met een lachje zei hij dat hij ons dat niet kon verplichten, maar dat ze dat natuurlijk wel liefst hadden. 't was echt een toffe P en de kamer stond ons aan, maar, dit was exact de prijs van die casa die Rosa voor ons geboekt had en die wij hadden afgezegd wegens te duur! Nu vonden we dat natuurlijk niet heel eerlijk van ons, dus vonden we dat we daar ook eens moesten gaan kijken op zijn minst. De vriendelijke man van de casa waar we op dat moment waren zei ons dat hij het begreep en dat we daar dan maar eens moesten gaan kijken. Onze rugzakken mochten we bij hem laten zodat we ongehinderd konden gaan zoeken, we konden ze dan later terug komen ophalen. 't was ne gewiekste, deze casa eigenaar!

Wij op weg, en al snel liepen we een iets mindere buurt in. Minder interessant dus. We kwamen bij de Casa en de vrouw des huize deed open. De vrouw van mij deed de hele uitleg en hoe we dan toch vonden dat we uit respect voor Rosa eens moesten komen kijken. De kamer was echter bezet (vandaar dat telefoontje de dag ervoor) en dat loste dat probleem mooi op. Ze bracht ons nog naar een andere casa waar de kamer wel OK was, maar de vrouw echt niet vriendelijk, dus we bedankten voor de moeite en liepen terug naar Maceo 443. Onderweg piepten we nog rap binnen in een andere casa maar ook die viel tegen en we besloten het voor gezien te houden. We zaten nog steeds een stuk boven de prijs van de LP, maar het was wel duidelijk dat dat tegenwoordig de prijzen waren in Trinidad!

De sluwe casa eigenaar liet ons zijn tot dan toe grootste glimlach zien toen we terug binnenkwamen en we vertelden dat we bij hem gingen blijven. Hij had ondertussen ook nagedacht en zei ons dat hij het eten zou doen voor $5 per persoon als we echt iedere dag bij hem zouden eten. Daarenboven mochten we zelf kiezen wat we wilden eten: kreeft, scampis, vis, varken, kip.... Nu, dit was een wel héél aanlokkelijk voorstel, want meestal krijg je enkel kip en varken voor de gewone prijs en mag je een paar dollar extra neertellen voor bv kreeft. We stemde in met zijn voorstel en bestelden dan ineens maar kreeft voor die avond. Stel u voor, kreeft, voor $5!

Eliezer, zo hete die vriendelijke pier, perste ons wat vers fruitsap, we aten onze soepstengels met omelet lunch (overblijfselen van Sancti Spiritus) en namen allebei een frisse douche. Daarna zette we eindelijk eens een stapje in het wondermooie Trinidad, zonder rugzakken, en met oog voor het moois ipv enkel casas.
Het was ondertussen al 13.00u en we dwaalden gewoon wat rond in de magnifieke straatjes rond het al even magnifieke Plaza Mayor (zie foto's). We kuierden op ons gemak over een toeristenmarktje met ontelbare hoeden van bananenbladeren en borduurwerk. We bezochten een kunstgalerie op het Plaza Mayor. We gingen naar het Palacio Cantero, eindelijk een gebouw dat zijn $2 inkom meer dan waard was! Al was het maar voor het prachtige uitzicht over de daken van Trinidad vanaf zijn toren. We maakte een rondje in de kathedraal met zijn prachtige zjj-altaren van Cubaans mahoniehout. Ach, eigenlijk is Trinidad al zalig gewoon om door de straatjes te kuiren en af en toe eens een blik in een huis te werpen. Het oude centrum is net 1 groot Bokrijk, het voelt echt aan als een groot open lucht museum.
Als afsluiter van onze eerste dag hier stapten we nog even flink door naar de Ermita. Er stond niet veel meer van recht dan een gevel, maar het is 1 van de beroemste beelden van Trinidad (zie foto). Hier boven (vandaar dat doorstappen) stonden wat mensen om wat prularia te verkopen en waren een stel kinderen met een haan aan het spelen (lees mishandelen). Op de terugweg liepen we nog in enkele muziekbars binnen, maar nergens was eigenlijk echt iets te beleven. Hier en daar een bandje met wat toeristen bij. Overigens, die toeristen, dat viel héél goed mee. Wij hadden buslading na buslading verwacht, maar die bleven vrijwel uit. Niet dat ze er niet waren, maar zeker niet in "storende" hoeveelheden.
's Avonds plantte we ons eerst nog even op het dakterras van de casa, met een boekje en het dagboek. Om 18.30u gingen we aan tafel. Kreeft, voor de eerste keer in mijn leven, en god wat was dat lekker! Het eten was echt fantastisch en Wendy en ik zeiden tegen elkaar dat we alweer met de kont in de boter waren gevallen, net zoals bij Rosa. We aten tot we niet meer konden van al het lekkers om er vervolgens achter te komen dat er ook nog een bord fruit EN een pudding op het menu stonden. Voldaan gingen we nog wat lezen en schrijven op onze kamer. We hadden geen goesting om nog weg te gaan, ook al is Trinidad nu net beroemd voor zijn muziek. De trappen moesten maar tot morgen wachten.

to be continued!

vrijdag, maart 31, 2006

12 feb 2004: Sancti Spiritus - Trinidad, deel 1

Rrrring! De wekker! Rap uit de veren, kleren aan en naar Martha op zoek. Yes! Ze had een taxi kunnen regelen voor de prijs van $15. Spullekes inpakken en alles klaarzetten en dan ontbijten. Dat was, zoals we het hier ondertussen al gewoon waren, vrij waardeloos. Er was zelfs geen echt brood, enkel een soort uit de kluitengewassen soepstengels.

Daarna afrekenen, maar toen ik $50 bovenhaalde om onze $34 te betalen deed madam snor een stapke achteruit, zwaaide wat van links naar rechts met haar vinger, en maakte zo'n "tsss tsss tsss" geluidje. Ik was het dus ondertussen kotsbeu om als hond behandeld te worden en vertelde haar dat we niks anders hadden, ze moest maar aan wisselgeld zien te geraken!

Nadat er plots wel wisselgeld voor handen was, mits wat goodwill van beide kanten, pakten we ons boeltje en gingen we op de stoep staan wachten om 8.15u, het uur dat de taxi zou moeten komen. Er kwam echter niks. Zo rond 8.45u kwam er eindelijk een oude lada afgesjokt. Een man stapte uit, grommelde wat bij wijze van groet en verdween in de casa. Daar bleef hij ook. Niet meer te zien was ie. Wendy riep herhaaldelijk naar binnen om te vragen hoe het zat en het enigste antwoord was steeds "Hij komt dadelijk". We waren hier dus aan het betalen voor een taxi om tijd te winnen en voor't gemak, niet om tijd te verliezen. Tel daar de waardeloze casa bij op en we waren aan het overkoken. Dus mijn teerbemind boterbloempje boos terug naar binnen en naar boven. Op de vraag hoe het zat en dat we daar nu al 3 kwartier op de stoep stonden te wachten kregen we te horen dat deze meneer NIET onze chauffeur was, dat degene die ze voor ons had geregeld NIET kwam en dat ze dacht dat wij al weg waren. Hoe ze dacht dat wij vertrokken waren, vleugelkes gekregen misschien, dat weet ik niet. Maar goed, ze was dus aan het bellen voor een nieuwe taxi. Waarom dat ze dat verdomme niet eerder had gezegd (we spreken Spaans!) mag joost weten. Ge merkt aan mijn schrijven dat het me nog steeds hoog zit.

10 minuten later, nog gene taxi, en wij nog steeds op de stoep. Martha zelf was ondertussen ook van de kook en ze was de man van de taxicentrale aardig aan het afblaffen, en, eindelijk, met resultaat. Even later kwam er eindelijk een taxi aanrijden, en wat voor 1! Een werkelijk prachtige old-timer, een chevy van '55 of ergens daar omtrent, in prima staat. We waren opslag terug goed gezind. De rugzakken verdwenen in het koffer en Wendy en ik werden gevraagd om op de voorbank plaats te nemen, naast de chauffeur. Hij vertelde ons dat hij wel nog wat anderen moest gaan oppikken, omdat $15 eigenlijk te weinig was voor die rit. Flauwekul natuurlijk, maar ons best hoor, die man moest zijn kostje ook verdienen. Wij dus naar de bushalte en daar pikte we nog eventjes 4 man extra op! Die 4 werden achterin gepropt en wij zaten met zijn 3'en van voor. Plaats genoeg hoor, in de grote bakken.

De chauffeur reed zeer soepel, naar Cubaanse normen, en het uitzicht was prachtig. Het landschap bestond voornamelijk uit velden vol suikerriet. We hadden uitzicht op een enorme vlakte en in de verte lagen de bergen. We reden door el Valle de Los Ingenios (de vallei van de suikermolens) en die was echt schitterend. We kwamen langs een heus uitzichtpunt en de chauffeur nog de andere passagiers hadden er een probleem mee dat we even een snelle fotostop deden. Later bleek dat we bij toeval bij HET uitzichtpunt van de streek waren gestopt. Onze taxista was overigens een toffe P waar het plezierig babbelen mee was. Hij vertelde ons over het systeem in Cuba met oude en nieuwe auto’s, hoe ze die konden kopen, de taksen voor taxi's enz.

Aangekomen in Trinidad vroegen we om ons af te zetten bij een casa uit de Lonely Planet (LP). De eigenaar was afwezig en de hulp vroeg ons om even te gaan zitten. Het huis was werkelijk ongelooflijk knap. Een schitterend staaltje koloniale architectuur konden we in ons opnemen terwijl we wachten. Het hulpje belde naar de eigenaar en bleek dat de boel volgeboekt was. Ze belde ons echter meteen iemand anders op die ons daar kwam halen. Deze persoon liet ons een mooie kamer zien in een al even prachtig huis. Hij vroeg hiervoor $25 en dat was ons toch een beetje te. Daarenboven telde hij ook goed door voor het eten, zeker als we kreeft wilden eten. Wij dus verder op zoek. Hij kwam ons echter direct nagelopen om te zeggen dat hij familie had die het wel voor $20 deed. Wij dus daar naar toe. Inderdaad, $20, maar geen airco. Bovendien was de dame des huizen nu niet echt vriendelijk. Volgens de LP was de concurrentie in Trinidad zo hoog dat je een kamer moest kunnen vinden voor $10 tot $15!
We besloten dus om verder te trekken met onze rugzakskens op onze rug en de LP in de hand. Straat na straat gingen we af, tientallen kamers zagen we en ze waren ongeveer allemaal gelijk. Ouderwets, weinig meubilair, maar proper. Helaas, ze vroegen allemaal $20 of $25! Bovendien verplichten de meeste je om ook nog eens iedere dag bij hun te eten, en dat wilden we niet. Rosa, de vriendelijke madam uit Santa Clara, had ons een casa geboekt in Trinidad, maar die had de vorige dag gebeld of wij nog gingen komen. We hadden de prijs gevraagd en die was $25, dus die reservatie hadden we ook al geannuleerd.

Daar stonden we nu, hartje Trinidad, allebei een zware rugzak op de rug en nog 2 kleine rugzakken plus een klein weekend tasje. Vergeet niet, we hadden rap rap gepakt omdat we met de taxi gingen. We bereikten één van de hoofdstraten van Trinidad waar we de ene casa na de andere werden ingesleurd door de eigenaressen, en 1 keer zelfs door een jinitera die deed alsof ze de eigenares was! We zagen de meest prachtige gebouwen, fantastische patio’s, schitterende kamers, vriendelijke en onvriendelijke mensen maar we keurden alles af op basis van te duur. Soms ook al eens op basis van niet vriendelijke genoeg, ten slotte gingen we hier 5 dagen blijven.

Nu waren we echt wel hartje Trinidad, moe want we waren al een uur of 2 aan het rondzoeken (mét rugzakken) en onderhand wanhopig. Gingen we nu nog een betaalbare casa vinden of niet?

to be continued

donderdag, maart 30, 2006

11 feb 2004, Sancti Spiritus, deel 2

Waar zat ik ook al weer? O juist, ik zat dat we niet meer wisten waar we zaten.

We waren dus verdwaald in de steegjes van Sancti Spiritus. Hoe verder we ronddwaalden, hoe erger het werd. Ieder steegje dat we inliepen werd groezeliger. Steeds vaker kwamen we ongeschoren mannen tegen in blote borst met een machete aan hun zij. Bij iedere stap leek de zon een beetje te verduisteren. Het moest er natuurlijk een keer van komen. Plots dook een slecht geschoren en onwelriekend exemplaar van een Cubaan met getrokken mes uit een portaal. Heldhaftig sprong ik voor Wendyl in en haalde uit....

Ach wat, dat gelooft ge toch nooit. De werkelijkheid was dat het maar goed is dat er een vrouw bij was. Mannen ziet ge, hebben nl een ongelooflijke afkeer van de weg te vragen en blijven liever uren in het rond rijden of lopen dan gewoon even de weg te vragen. Vrouwen hebben dit probleem niet en al snel zaten dus we op de juiste weg richting centrum. Dat is, nadat een ongeschoren man in blote borst ons de weg had gewezen.

We kwamen hierbij langs een school waarbij een aantal jongens in de raam stonden. Het waren van die grote typische ramen met van die houten tralies voor, en die jongens hadden de typische schooluniformen van daar aan. Mijn fleurig Waterelfje vond het prachtig en wou er een foto van maken, maar zodra de camera bovenkwam gingen die jongens helemaal uit hun dak! Ze riepen de klas in dat er een foto genomen ging worden en nog meer gasten stormden op het raam af, allemaal lachend en roepend. Menig heup werd gezwaaid, obscene gebaren gemaakt, geroepen dat "hij nog vrij was" enz. De Cubanen in de straat waren er ook allemaal mee aan het lachen. Een paar kinderen vonden dit zo leuk dat ze vroegen om ook een foto van hen te maken. Ze gingen braaf poseren en liepen daarna snel hun schooltje in, zonder ook maar iets te vragen. Jaja, deze buurt was nog niet bezoedeld door toeristen.

Een typisch Cubaans staatswinkeltje:

Toen we het centrale plein uiteindelijk terug bereikten, vonden we dat we een drankje verdiend hadden en dronken iets in de patio van een hotel. De prijzen daar waren verbazend laag en prompt kregen we spijt van het bestelde eten in de casa. We bezochten een kunstgalerie met prachtige woordspeling schilderijen die we uitermate geslaagd vonden. Er was hier ook een tentoonstelling van een fotograaf over hanengevechten. Nu ben ik daar ten eerste al niet gek van, om het zacht uit de drukken, en bovendien trokken de foto's ook nog eens op niks. In een volgende zaal hingen allemaal kunstreproducties en we moesten toch wel even lachen toen we daar in Cuba plotsklaps tussen de Van Goghs, Monets, Lautrecs, Breughels, enz stonden. We konden het dan ook niet laten om een kiekje te nemen van de Mona Lisa.

We ontdekten nog een paar mooie straatjes, deze keer zelfs met echte toeristen, struinden wat rond over een toeristenmarktje met souvenirs en bezochten de kerk die voor een keertje open was. We waren daar nl al enkele malen gepasseerd en telkens waren de deuren dicht, zoals bijna overal in Cuba overigens. (En in de rest van de wereld, het huis van God is tegenwoordig nogal vaak op slot)
We kuierden weer terug naar onze casa waar we aan Martha vroegen of zo ons voor $15 een taxi naar Trinidad kon regelen en ze zei ons dat ze het zou arrangeren. Op het dakterras kwamen we er achter dat we niet alleen waren in de casa. Er waren nog 2 Italianen met wie we een tijdje babbelden. Die mannen kwamen al 10 jaar na elkaar naar Cuba, en steeds naar dezelfde plaats. Ze kwamen om te vissen en te jagen. De buit werd door henzelf verorberd als Martha het klaar maakte, en als het teveel was deelde ze het uit onder de bevolking van het plaatsje.

Voor het avond eten besloten we toch nog even onze benen te strekken (we kunnen het gewoon niet laten hé) en wandelden naar nog een ander pleintje met een mooi kerkske en naar het Plaza de la Revolución waar eigenlijk juust geen bal te zien was, buiten een mottig ziekenhuis en wat beelden van revolutionairen. Wendy haar heup gaf het "tijd om terug te keren" signaal, dus dat deden we dan ook maar.

Het eten was niet je dat, maar de soep is toch wel een vermelding waard. Eerlijk is eerlijk, die was echt lekker. Door het warme weer en de vermoeidheid hadden we overigens niet zoveel honger. De 2 Italianen kwamen even stoefen met een zak kreeften die ze ergens voor een appel en een ei hadden gekocht en een van hen plofte een fles rum voor mijn neus. Daar moest ik maar een slokje van drinken als digestiefje, en daarna de fles teruggeven natuurlijk. Ik zei vriendelijk bedankt en liet me de rum goed smaken. Toen die mannen zelf begonnen te eten viel het ons op dat ze meer, véél meer, en veel beter eten kregen dan wij. Persoonlijk vonden we die 2 maten en gewichten er helemaal teveel aan, maar ik heb al genoeg over die casa geklaagd dus ik hou mijn mond.

Volgens onze reisgids was het de locale gewoonte om 's avonds op het locale plein samen te komen om wat te babbelen, dus wij gingen daar ook eens piepen, maar er was bijna geen kat. Dan maar terug richting casa om nog wat te lezen en te schrijven. Veel kwam daar echter niet van in huis, want ondanks kattengejank en hondengeblaf vielen we vrijwel meteen in slaap.

Voor we gingen slapen hadden we aan de hulp (mevrouw snor, mens wat had die een snor! Die kon zo lid worden van de Antwerpse snorren club, Kiekeboe zou er jaloers op zijn) gevraagd of we nu een taxi hadden of niet, maar zij wist van niks en Martha was er niet. Dat was dus weer prachtig geregeld, nu gingen we naar bed zonder te weten of we nu met een taxi zouden gaan, of 's morgens nog moesten proberen een bus te vinden. Niet geheel en al onbelangrijk te weten als ge met rugzak reist, want met taxi doen we niet al te veel moeite op onze rugzak. Met de bus echter moet die perfect ingepakt worden aangezien we er dan een hele tijd mee moeten sleuren. Het was dus gevuld met zorgen en onzekerheid over de dag van morgen dat we gingen slapen.

to be continued

maandag, maart 27, 2006

11 feb 2004: Sancti Spiritus, deel 1

Zoals we ondertussen al gewoon waren van deze casa, was het ontbijt weer enorm. We hadden echter de vorige avond zoveel gegeten dat we niet echt hongerig waren. Van het varken van gisteren was nog de helft over en dat stond nu terug voor onze neus. We konden het echter niet aanraken, zo vol zaten we nog! Rosa vond dat maar niks, dat we zo weinig aten, dus maakte ze ons een picknick met brood en dat vlees, plus nog een ongegeten hard gekookt ei.

Planché over de autopista, in een oude lada, bereikte we Sancti Spiritus in minder dan een uur. Rosa had daar een casa voor ons gereserveerd, en bij aankomst daar bleek de eigenaars, Martha, nergens te bekennen. Haar uiterst beleefd zoontje van een jaar of wat vroeg ons beleefd plaats te nemen en babbelde wat aan. Al snel vroeg hij ons of we geen snoepje hadden. Wendy zei van wel, maar dat hij even moest wachten tot we onze kamer hadden voor we dat gingen opduikelen. De dame des huize kwam op de proppen en liet ons onze kamer zien. $20 was haar prijs, maar dat vonden wij, voor zo'n ontoeristisch plaatsje, veel te veel. Wendy bood $17 en ze hapte direct toe. Dju toch! Dat wil dus zeggen dat we nog teveel betaalden.

We zaten nog maar net op onze kamer of dat ventje kwam weer af voor zijn snoepje. Wendy geeft hem er dus 1, want beloofd is beloofd, en prompt vraagt hij het hele rolleke. Zo werkt dat niet, verteld mijn vrouw hem, en werkte hem buiten. Nog geen 5 minuten later, mijn teerbemind Boterbloempje was in de badkamer, stond hij terug op onze slaapkamer en vroeg wat er allemaal in die zakken zat en begon de ritsen open te doen. Ik zeg dus, zo niet hé, en werk hem weer buiten. Nog geen 5 minuten later staat hij der weer te zeuren voor zijn snoepjes. Wendy heeft hem dat toen afgeleerd door hem een stevig preek in het Spaans te geven over manieren en dat hij ons met rust moest laten plus een stevige duw richting (en door) deur. We hebben daar geen last meer van gehad.

We betaalden echter echt wel teveel voor deze casa. Het eten was er lang niet zo overvloedig en lekker als bij Rosa. Ze waren onvriendelijk (de eigenares had een goeie reden want hare Bompa was de pijp uit, maar de rest van het personeel was ronduit grof). Bovendien waren ze even vergeten te vermelden dat wij de badkamer moesten delen met het hele gezin! Op zich niet erg, maar dan was $17 echt wel te veel.

Maar kom, genoeg over die casa, die zoals ge merkt, nog serieus op onze lever ligt. We hadden me daar ondertussen toch een gigantische honger gekregen! Gelukkig hadden we ons Rosa hare picknick nog die we dan ook met smaak hebben opgegeten op ons kamerke. Aangesterkt door dat halve kilo varken trokken we dan eindelijk de straatjes van Sancti Spiritus in en man, wat is het daar mooi!
Het was er heel wat mooier dan Santa Clara. Het plein, de koloniale huizen rond het plein, de huizen in de straten die het plein omringde, alles was mooi gerestaureerd. Het was er echt prachtig en het verbaasde ons dan ook dat er (bijna) geen andere toeristen waren. Op ons duizendste gemakske (humhum) liepen we van het Parque Serafín naar een pleintje waar een mooie kerk stond. Vervolgens via heel pittoreske kasseistraatjes tot aan de rivier. We staken de beroemde Yayabo-brug over naar het station, waar het zelfs NOG rustiger was.

Via een ander brug staken we de rivier weer over en we dwaalden gewoon wat rond in de straatjes. We dwaalden zelfs zoveel dat we totaal VERdwaalden.

to be continued

donderdag, maart 23, 2006

10 feb 2004: Santa Clara, deel 2

Terug in het centrum besloten we om het theater daar niet te bezoeken. Alweer $1 betalen om 1 ruimte te zien en zo'n bewaker (of –ster) achter je aan zodat je nooit eens rustig kon kijken, daar hadden we even genoeg van. Wendy haar heup was iets beter en we konden nog wel eens een wandeling gebruiken. Daarom gingen we te voet van het centrum op ons gemakske naar Loma del Capiro. Dit is een heuvel die je vanuit het centrum eigenlijk niet kunt zien, maar van waarop je een heel goed uitzicht hebt over dat centrum. El Che heeft vanuit deze positie zijn aanval op Santa Clara voorbereid.

Op weg hiernaartoe kwamen we nogmaals langs het treinmonument waarop nu beter licht stond, dus rap nog een foto. We wandelden ook langs een mooi beeld van een Che op levensgrote, met daarop allemaal kleine beeldjes die delen van zijn leven voorstelde of zoiets. We moesten herhaaldelijk de weg vragen en uiteindelijk liep er iemand met ons mee tot helemaal boven. Hier hadden we eigenlijk geen behoefte aan, omdat we toch al vermoeden wat er ging komen. 't Viel eigenlijk nog mee, als ik me het goed herinner heeft hij enkel geprobeerd ons in een paladar (particulier restaurant) te krijgen. Boven op de top stond een heel, euh, modernistisch monument voor, u raadt het nooit, juist, Che.

Nog steeds op ons gemakste wandelden we onder de brandende zon terug naar beneden. Nogmaals kwamen we langs de trein, en we besloten een detourke te maken naar het station. Dat was alweer een mooi gebouw, met een mooi plein bij. Van daaruit kuierden we verder naar het pleintje Tudurí waar we een kijkje namen in de Iglesia de Nuestra Señora (kerk). Op het pleintje was net een klasje van allemaal kinderen in uniform aan het spelen, die vrolijk naar ons zwaaide toen ze het fototoestel in de gaten kregen.

We hadden deze avond met Frank, de zoon van het hulpje in Havana, afgesproken, dus we begaven ons wat vroeger dan normaal naar onze Casa terug. Het juiste uur weet ik niet meer, maar het was zo geregeld dat we op tijd voor het eten zouden terug zijn in de casa. Na een telefoontje kwam hij ons met de fiets oppikken. Voor ons betaalde hij een bicitaxi tot aan zijn appartement. Daar ging het mis. Frank nodigde ons nl. uit om te blijven eten. Wij hadden echter ons eten al besteld (en betaald) in de casa. Ze hadden daar zelfs extra veel moeite voor ons gedaan om van alles speciaals klaar te maken. Maar Frank had net hetzelfde in huis gehaald en had voor de gelegenheid zelfs een fles wijn in huis gehaald! Wat een toestand dat kan ik u verzekeren. Frank was eerst beledigd dat we niet bij hem wilden eten. We legde de toestand echter uit, en dat het niet onze bedoeling was om hem te beledigen maar dat we toch slechts onze casa madam met haar eten konden laten zitten. Uiteindelijk stelde ik een compromis voor: we eten bij allebei een beetje.

Hij zette ons uitstekende fruitsap voor van een roze vrucht (naam vergeten), wijn die hij normaal nooit zou kopen, en wat gefrituurde hapjes. 't smaakte allemaal best en ondertussen leerde we zijn vrouw en dochtertje kennen. Ze hadden echt bergen spullen in huis gehaald en dat moet hun een fortuin hebben gekost. We bleven ons maar excuseren voor het misverstand maar uiteindelijk zij Frank dat het zijn eigen schuld was, hij had het ons de dag tevoren maar moeten zeggen. Het was uiteindelijk best gezellig en we leerden veel bij over hun leven en het leven in Cuba in het algemeen. Véél te laat bracht hij ons terug naar onze casa.

Daar waren ze ondertussen al wreed bezorgd, ze hadden zelfs al overwogen om de politie erbij te halen. 't Waren echt schatten van mensen daar in die casa, onze Cubaanse grootouders, zo gingen we ze beschouwen na een tijdje. Ze hadden weer een berg eten gemaakt, minstens voor 6 man, en door die hapjes en het late uur hadden wij eigenlijk geen honger meer. Om belediging te verkomen wurmden we zoveel mogelijk naar binnen.

Deze lieve mensen waren tijdens de dag voor ons naar het busstation gebeld voor de openingsuren en geprobeerd ons een goedkope taxi te bestellen. Ze had echt prima onderhandeld in onze plaats want we hadden een taxi voor $15. We babbelden nog wat en door Wendy haar interesse in de geschiedenis kreeg ze 2 héél oude boeken cadeau over de onafhankelijkheidsoorlogen. Die dingen dateerden nog van voor 1944! In ruil lieten wij dan weer een bloes daar die Wendy speciaal had meegenomen voor zulke gelegenheden. Rosa was er heel blij mee en ondertussen werd het de hoogste tijd voor ons beddeken!

to be continued

Als extraatje vandaag, een foto van een typische Cubaanse douche opstelling. De verwarming van de douche zit dus in de douchekop zelf. Geloof me, je krijgt daar gloeiend heet water uit maar probeer gewoon niet de temperatuur te regelen terwijl je eronder staat.

dinsdag, maart 21, 2006

10 feb 2004: Santa Clara, deel 1

Eerst een flink ontbijt. Heel wat groter als dat in Havana. Over het algemeen dezelfde spullen, alleen meer. Maar er zijn ook wat extraatjes zoals kaas en chocolademelk, njammie. Helaas hebben we door de uitbundige maaltijd van gisteren niet zo veel honger.

Rosa, de madam van de Casa, gaat met ons mee naar een "Cadeca". Dat is een speciale bank om dollars in pesos om te zetten. We zetten $2 dollar om en zijn prompt de trotse bezitters van 54 peso. Daarna lopen we nog even met Rosa over de boerenmarkt. Dat zag er allemaal prima uit, en ze kocht speciaal voor ons wat spullen die we niet kenden, voor bij het avondeten. Op deze markt staan allemaal boeren die een vergunning hebben om particulier handel te drijven met andere Cubanen. Iets wat in een communistisch stelsel niet zo vanzelfsprekend is, maar het is aan het opkomen daar.

Rosa legt ons uit hoe we naar het Monumento del Tren Blindado kunnen gaan en we begeven ons weer op pad. Dit monument is er ter nagedachtenis van een belangrijk moment uit de Revolutie. El Che was Santa Clara aan het aanvallen en Battista stuurde versterking met een gepantserde trein. Het ging hier vooral om wapens en ammunitie. Che kwam dit via spionnen te weten. Als die trein zou aankomen zag het er niet goed uit voor de revolutie. Anderzijds... Met behulp van een bulldozer werden op de plaats waar nu het monument staat de rails gesaboteerd. De trein ontspoorde en in een redelijk kort maar heftig gevecht veroverde de revolutionairen de trein. Hierdoor beschikten zij nu ook over moderne amerikaanse wapens en voldoende munitie. Santa Clara viel zonder probleem voor de revolutionairen en Battista koos het hazenpad. Het monument zelf bestaat uit 4 van die wagons, met wat inhoud, wat betonnen constructies en de bulldozer. Volgens onze gids was het gratis, maar eens binnen in een wagon moesten we ieder $1 betalen. Das geen geld, maar het is ook niet echt de moeite om er binnen te gaan.
Te voet gingen we verder naar het centrum van Santa Clara. Wendy had last van haar heup. Nog een souveniertje van onze 20 km cross door Havana. Daarom besloten we dan ook om niet te voet te gaan naar onze volgende halte: het Che-monument. We onderhandelden een bicitaxi (zo'n fietsgeval hé) en waren blij dat we het op deze manier deden. Man, moest die kerel trappen om boven te geraken!

Het is een prachtig monument, echt waar. We werden er ook even stil van. In grote lijnen ziet het er als volgt uit. Er is een grote trap met bovenaan een groot beeld van Che ten voeten uit. Naast hem een grote steen met daarop de tekst van zijn afscheidsbrief aan Fidel. Verder zijn er nog wat bas reliëfen en zo. In het monument is het mausoleum waar Che begraven is. Met hem liggen daar de resten van zijn 38 kameraden die aan zijn zijde zijn gesneuveld in Bolivia. Het is te zeggen, de resten van degene die ze terug hebben gevonden, van velen is er enkel een gedenksteen. Er brand ook een eeuwige vlam daar, ontstoken door Fidel zelf. Verder is er nog een museumpje maar dat was gesloten.

We keerden met dezelfde bicitaxi terug. We probeerden een andere te nemen omdat de onze te lui was om helemaal tot boven te fietsen, maar toen we een andere wilde nemen kon hij het plots wel.

to be continue

maandag, maart 20, 2006

9 feb 2004: van Havana naar Santa Clara

3 dagen tafellen we nu al door Havana. We zijn geen echte stadsmensen en hebben het zo nu wel gezien. Bovendien gaan we hoogstwaarschijnlijk op het einde van de reis nog een dag in Havana verblijven. Tijd om verder te trekken dus. Van een collega van mijn vrouw hadden we een telefoonnummer van een taxista negra. Ik heb het hier natuurlijk over een illegale taxi. Na wat onderhandelen, slaagt Wendy erin om hem zover te krijgen ons naar Santa Clara te brengen voor een paar dollar meer dan de bus zou kosten. Normaal is een taxi even duur of iets goedkoper dan de bus, maar wij willen via de Carratera Central ipv via de autopista en voor een paar dollarkes meer wil hij dat best doen, ook al gaat hem dit heel wat meer tijd kosten. Een prima prijs, zeker als je bedenkt dat we met de bus ook nog eens een taxi naar en van het busstation hadden moeten nemen.

We maken onze rugzakken klaar en krijgen van de hulp in het huishouden een hoedje voor haar kleinkind en een brief voor haar zoon mee. Die wonen nl in Santa Clara en wij hadden aangeboden of we niet iets moesten meenemen voor haar. Naast onze case ligt een oud klooster dat we in afwachting van de taxi nog rap rap gaan bezoeken. Het is een prachtig gebouw maar er zijn vollop werken aan de gang. Ze zijn het oude klooster nl aan het omtoveren in een bejaardentehuis.

Toen we terug bij de casa kwamen stond er een oude russiche bak voor de deur. Ons vervoer was aangekomen. Onze taxista bleek een vrolijke vent te zijn. Hij had zijn zoon ook meegenomen omdat het zo'n lange rit was. Tijdens de rit komen we wat meer over hem aan de weet. Hij is een ex-kolonel uit het revolutionaire leger, heeft gestreden in Angola en is in Congo en de Sovjetunie geweest. Bovendien heeft hij in zijn jonge jaren nog les gehad van El Che zelf! Dat is dus het leuke aan die taxi's tov bussen. Je komt meer met de Cubanen en het echte Cubaanse leven in contact. Tenminste als je een chauffeur hebt die wat wil babbelen, maar alle twee onze chauffeurs babbelen er lustig op los. Dat is overigens ook de reden waarom wij de Carratera Central wilde nemen ipv de autosnelweg. Dit kleine baantje gaat los door de dorpjes, stadjes en velden. Recht door het echte Cubaanse leven dus.

Om gemakkelijk uit Havana weg te geraken nemen eerst toch een 20 km autopista. Héél anders dan bij ons! Geen verlichtingspalen, geen vangrails, geen rijstroken, voetgangers op de weg, fietsers, lifters verkopers, enz. Op de Carratera zelf zien we van alles en nog wat: propaganda borden, scholen met kinderen in uniform, velden met boeren die bezig zijn met ossen en ploegen of met machetes, véél suikerriet, prachtige struiken, mooie heuvellandschappen met wuivende palmen, veel oldtimers vanzelfsprekend maar ook best wat nieuwe toyotas en peugeots en heel wat paarden met karren. De signalisatie is ronduit waardeloos en onze taxista moet dan ook vaak de weg vragen. De mensen proberen hem steeds maar naar de autopista te sturen en verklaren hem voor gek als ie aandringt om via de Carratera naar Santa Clara te willen rijden.

Tijdens onze rit zagen we ook een guarapera en we vroegen aan Marco, de taxista, wat dat was. Bij de volgende guarapera die we tegenkwamen stopten we en Marco trakteerde ons op een guarapo. Ze steken suikerriet in een pers en vangen het sap op, dat is guarapo. Heerlijk zoet en heel verfrissend. Vlak voor we Santa Clara bereikten kregen we toch wel serieus honger en in Santa Domingo werd er halt gehouden voor een pizza. Daar aten we voor 6 peso onze eerste 2 typisch Cubaanse pizza's met kaas. Die waren overigens best te eten, en voor zo weinig geld!

Om 10.00u waren we vertrokken, om 15.00u kwamen we aan. De voor ons gereserveerde casa had geen plaats meer, dat wisten we al. Toch werden we er goed ontvangen met vers fruitsap en koffie. Daarna brachten zij ons naar een andere casa. Oud maar proper en Wendy wist nog wat van de prijs af te krijgen. De mensen daar waren echt fantastisch, supervriendelijk en echt bezorgd om hun gasten. Ze hadden er ook een jong hondje dat nog heel speels was. 1 keer dat hij in de gaten had dat ik hem wel achter de oren wou kriebelen waren we dikke maatjes .

We gingen nog even snel een kijkje nemen in het centrum, voor het donker zou worden. Het centrum was ronduit prachtig. Een magnifiek plein vol schitterende planten en bomen, omringd met knappe koloniale huizen (en 1 lelijk betonnen gedrocht). In dit laatste was ook een filmzaal en tot onze verbazing speelde er een Belgische film: Rosetta.
Terug in de casa wachte ons een verrassing. In tegenstelling tot in Havana hadden we hier wel gevraagd om in de casa te kunnen eten. Wat er op tafel kwam was ronduit ongelooflijk! Zeker voor 6 personen! Er waren frijoles (zwarte bonen), een grote kom rijst, zalige kip en salade met tomaten. We kregen ook een drankje bij het eten en we kozen allebei voor een frisse Cubaanse pint. Ook was er nog iets zoets wat als dessert fungeerde, samen met kaas. We aten ons bijna ziek! Na al die kleine porties in Havana! Prompt verdwenen ook alle dromen over wegvliegende kilo's en begonnen we ons zelfs zorgen te maken over het omgekeerde effect.

Er was 1 probleempje: er waren 4 elektriciteitscentrales tegelijk uitgevallen, er was dus geen stroom. In afwachting van terug stroom (en dus warm water) hebben we gezellig wat met die mensen zitten babbelen. De zoon van het hulpje in Havana, Frank, kwam zijn spulletjes ophalen en nodigde ons uit om de volgende dag even bij hem op bezoek te komen om zijn dochtertje en vrouw te leren kennen. Nadat Frank vertrokken was spraken we nog wat over de situatie voor Castro. Deze mensen hadden het schrikbewind van Battista nog meegemaakt en waren dan ook ronduit pro-Castro. "Het gaat economisch misschien niet zo best," zeiden ze, "maar er verdwijnen tenminste geen duizenden mensen meer." Over Che konden ze ook alleen maar goede dingen zeggen. Zo vertelden ze ons een verhaaltje dat toen hij minister was, hij speciale cadeaus kreeg zoals fietsen voor zijn kinderen, meer eten, enz enz. Che stuurde dat altijd resoluut terug naar afzender. "Ik ben gewoon iemand van het volk".

Met deze gesprekken in ons achterhoofd om eens over na te denken trokken wij ons terug in onze kamer. De elektriciteit was er terug dus we konden douchen. De wc-bril was een gruwel, een soort plastic rubberen mormel dat aan uw poep plakte en een "pffffffffffffff" geluid maakte als ge er op ging zitten. De matras was weer een ramp en we sliepen blijkbaar langs een druk kruispunt dus megaveel lawaai. Weer gene vette qua slaap dus.

Maar we waren in Cuba, en we hadden de tijd van ons leven.

to be continued